Brief aan onze studenten fotografie/film op de eerste dag van het nieuwe studiejaar.

0


Beste collega’s,

Studeren aan een kunstacademie is een enorme luxe; het is de veilige periode waarin je je talenten kunt onderzoeken en uitbouwen. Dat doe je door te dingen te maken, kennis te verwerven en die zaken te relateren aan je persoonlijkheid en je mogelijkheden. Daarnaast onderzoek je de maatschappelijke relevantie van wat je te bieden hebt. Tijdens je studie komen verschillende vaardigheden samen. Sommige had je al tot op een bepaald niveau ontwikkeld, andere zaken hebben misschien extra aandacht nodig. De stadia van kennis en kunde in verschillende domeinen kunnen per persoon enorm verschillen. Daarom werk je samen; we hebben elkaar veel te bieden.
Beeldmaken (of schrijven) is niet simpeler dan piano spelen. De grote pianisten zijn ooit als kleine kinderen door hun ouders achter een piano gezet voor do-re-mi en hebben sindsdien (met hulp) een methodiek ontwikkeld voor de vele dagelijkse uren van studie. Dat studeren werd in hun latere beroeps-bestaan niet minder, maar wel van een oplopend hoger niveau waarbij men steeds minder begeleiding nodig had.

Wij zijn allemaal door onze ouders/verzorgers op jonge leeftijd aan aap-noot-mies gezet, toch hebben we niet allemaal tot op de dag van vandaag een methodiek ontworpen om dagelijks uren te schrijven en op taal te studeren. Zij die in de taal een hoger niveau nastreven, bouwen het na hun schooltijd zelfstandig uit. Dit geldt ook voor de beeldende vakken: iedereen is ooit met tekenen/knutselen/foto’s en/of films maken begonnen, maar de meeste mensen zetten niet door. Ze blijven ergens in een primair stadium steken. Hier aan de kunstacademie hebben we de complexe taak om een gecombineerde werkmethodiek te ontwikkelen en te onderhouden waarin zeer verschillende domeinen samenkomen. Door te kijken, maken, oefenen, leren, reflecteren, analyseren et cetera, krijgen we grip op ons werkproces.
Voor kunstacademiestudenten is een werk-studiemethodiek ontwikkelen een persoonlijke zaak, er is geen standaard voor. Toch zullen wij docenten bezwaar maken wanneer je bepaalde zaken die wij aanreiken overslaat. Studenten die het niet nodig vinden om een werkboek te maken of het Rijksmuseum te bezoeken zullen onbegrip ervaren. Hetzelfde geldt voor studenten die niet lezen. De reden is simpel: studenten die niet breed visueel beschouwen en analyseren, lezen of musea bezoeken zullen zich minder ontwikkelen en hebben dus minder kansen in hun latere carrière. Wij docenten helpen je niet door met luiheid of selectief studeren akkoord te gaan. Jullie zijn het waard om gedwongen te worden zowel breed als diep te gaan en alle hoeken van het spectrum te verkennen.
We leven in een harde, competitieve wereld waarin ook nog alles aan het veranderen is. Veel filmmakers en fotografen zitten werkloos thuis. Hoe veilig de muren van het academiegebouw ook aanvoelen, de concurrentie daarbuiten zal er niet milder door worden.

Toch realiseer ik mij terdege dat er van studenten fotografie/film extreem veel wordt gevraagd. Je moet van alles maar weten, formuleren en ook, op gezette tijden, zekerheden uitdragen, terwijl het daarbuiten volkomen onoverzichtelijk is. Straks moet je ook nog eens je geld verdienen in een wereld zonder banen en een publiek dat eraan gewend is geraakt je werk gratis te krijgen of (illegaal) te downloaden. Wil je als zelfstandig kunstenaar overleven, dan is er geen andere keus dan de confrontatie met de wereld aan te gaan, je nek uit te steken en initiatieven te nemen voor projecten waarvan de uitkomst volstrekt onzeker is. Je zult met harde hand ondernemerschap moeten ontwikkelen en je eigen publiek moeten vinden, misschien wel heel ver van huis. In de hedendaagse culturele wereld is er weinig houvast; er zijn geen afgesloten vakgebieden meer zoals die er vroeger waren, waarin je met een tot dat vakgebied beperkte kennis vooruit kon.
Om in deze tijd professioneel te kunnen overleven, moet je flexibel zijn op totaal verschillende terreinen. Het werkveld is internationaal geworden en nieuwe techniek heeft de media totaal veranderd. En daarbovenop: kennis van zeer uiteenlopende zaken is nog nooit zo belangrijk geweest als nu. Inzicht, vanuit een persoonlijke stellingname, in kunst, literatuur, muziek, (digitale) techniek, de werking van (sociale) media en de internetprotocollen en wat al niet meer, zijn voorwaarden om in die jungle te kunnen functioneren. Zoiets kun je niet alleen, samenwerking is geboden, maar een samenwerking kan alleen succesvol zijn wanneer je je eigenzinnige positionering duidelijk naar buiten kunt brengen. Wat heb jij een ander en de wereld te bieden?
Je positiebepaling begint met basale vragen: wie ben ik? Wat weet ik? Wat weet ik niet? Naar wat/wie kijk/luister/lees/voel/denk ik? Met/naar wie spreek/luister ik? Waarover vertel ik en waarom? Voor wie werk ik? Met wie wil ik werken? Wie wil er met mij werken? Et cetera. Een fundamentele vragenlijst is het uitgangspunt van elk maakproces. Of je nu student bent of een ervaren expert. Die vragenlijst kun alleen jij zelf maken. Er is geen vaste formule, daarvoor is de wereld veel te ingewikkeld.

Dus alsjeblieft; gebruik je docenten, medestudenten, het beroepsveld en je mensen om je heen om je persoonlijke werk/leerprogramma samen te stellen en ga daarbij de moeilijke en ver-van-je-bedzaken niet uit de weg. Neem het initiatief voor het binnenhalen en delen van kennis en reflectie en toon daarin volharding.
Maar vooral: vergeet je dromen niet! Jouw dromen zijn van belang. Ze zijn het uitgangspunt voor elke stap die je zult maken en zullen anderen inspireren.

We gaan weer aan het werk!

Met groet, Leo Erken

(Deze brief is gericht aan mijn studenten fotografie/film van AKV | St. Joost, Breda (daar werk ik) maar sommige zaken deel ik met liefde in een groter netwerk. De aanspreektitel boven deze brief is niet lukraak gekozen; in Breda werken wij samen en leren we van elkaar.)

Share:

Comments are closed.